Verjaardag (Naamdicht)

Naamdicht is een gedicht waarvan de eerste letter van iedere regel een woord of zin vormen

 

Verjaren doe je eens per jaar
En mijn beurt was deze week
Reden om een nieuw jaar te vieren
Ja mijn oude leeftijd verstreek
Al ben ik nu wel ouder
Ach het is maar een getal
Rimpels tellen de jaren
Dat is wel het geval
Anderzijds voel ik me nog fit
Gloria is wat ik voel en in het 🎵lang zal ze leven🎵 zit

 

 

Hiltje

Geplaatst in Uncategorized | 19 reacties

Sinterklaas in andere tijden

Wie komt er alle jaren?….
De eerste zin van een lied.
Wie? Dat is een makkelijke vraag,
Sinterklaas en zwarte piet.
Maar komen zij nog wel graag?,
als rond zwarte pieten sirenes loeien,
omdat volwassenen zich, met-het-zwart-zijn bemoeien.

Zie ginds komt de stoomboot….
Maar dit jaar kwam Sint draven,
kedengedeng met de trein,
want Apeldoorn heeft geen haven
en het was een goede verbindingslijn.
Wel jammer maar nodig, zoveel agenten op de been,
ongerust publiek vraagt, waar moet dit toch heen?

Hij komt, hij komt….
Hij is al 2 weken in ons land,
zijn pieten zullen zich aan moeten passen.
Er is hier van alles aan de hand,
op wat vegen na, zullen zij het wit moeten wassen.
Stel je voor geen enkele zwarte piet, dan is het goed mis!
Of dát dan geen racisme is?!

Sinterklaasje kom maar binnen met je knecht….
Knecht? Grote twijfels wat men daarvan vindt.
Alle liedjes moeten een metamorfose,
makkers, hulpjes en vrijwilligers van sint,
want gedwongen dat is uit den boze.
De liedjesschrijvers hebben nog heel wat te doen,
het wordt een roetveegpiet die wat lekkers doet in jouw schoen.

De zak van sinterklaas….
Dat is nog eens een raar lied.
Bij het zingen werd men daar altijd giechelend in,
dubbelzinnig, vind je niet?
Wel stopt sint blij van zin daar de hele wereld in.
Laat het een mooie wereld worden die hij erin stopt,
een schone en vredige wereld, waarin niet wordt getobd.

Zie de maan schijnt door de bomen….
Dat is handig daken klimmen met beter zicht.
De dakpannen zijn wellicht ook niet meer wat het was,
ook pieten worden onzeker wat daar ligt,
vorig jaar wist men nog niets van PFAS.
Zijn deze pannen wel veilig?, is de vraag,
stel ze hebben ook een teflon laag!

Sinterklaas goedheiligman, trek je beste tabbert an….
Mag dat volgend jaar nog wel?
Of trappen wij er weer in met allerlei vragen,
voor het zelfde geld wordt het een rel
en moet Sint een boerka gaan dragen.

Sinterklaas is aangekomen….
Maar hoeveel kilo is dat dan?
Nou dit is echt geen rare vraag,
men wordt dikker zowel vrouw als man
en de Sint lust strooigoed ook erg graag.
Volgens de cijfers zijn we langer,
maar ook zwaarder, meldt het CBS, dan onze voorganger.

Daar wordt op de deur geklopt….
Voor een vreemdeling doen we niet meer open.
Dat kan niet meer in deze tijd,
laten ze maar stilletjes ons huis voorbij lopen,
dan voorkom je veel narigheid.
Ze komen met een babbeltruc of een prik,
vooral bij de ouderen zit nu de schrik.

Zachtjes gaan de paardenvoetjes….
Amerigo is met pensioen gegaan.
Maar een nieuwe kwam er wel.
Pieten hadden bij het paard verf op gedaan,
hij is in elk geval o, zo snel.
Toch was ieder zeer verrast,
Zwarte Ozosnel was ‘gewhitewashed’.

Rommeldebommel wat een gestommel….
Demonstraties zijn er volop.
Behalve zwarte piet ook stikstof en de boeren.
En ook de snelweg staat op zijn kop,
omdat ze weer 100 km in gaan voeren.
Zo raken we de file niet kwijt,
en is lekker doorrijden ook verleden tijd.

Sinterklaas is jarig….
Gelukkig wordt nog uit jute getrakteerd.
We kunnen een voorbeeld nemen aan de Sint,
want alles wordt in plastic geserveerd,
terwijl moeder aarde het o, zó lelijk vindt.
Ook ik doe bij deze een oproep,
hou toch op met al die plastic troep!

Hoor de wind waait door de bomen….
Maar in huis knus aangenaam.
Kinderen zingen en wachten op piet,
die gaat kloppen op hun raam.
Aan hen ligt het racisme niet.
Voor hen tellen de pakjes met spanning en smart,
vol verwachting klopt hun hart.

Dag Sinterklaasje, daag daag….
Het is weer voorbij als Sint Nederland verlaat.
Wij willen dit feest niet kwijt,
hoop dat de kinderen niets merkten van het kwaad,
we wensen een blijvend saamhorigheid.
Dag Sinterklaasje,
daag daag roetveegpieten,
hoop dat de kinderen volgend jaar weer volop genieten.

 

Hiltje

Geplaatst in Uncategorized | 17 reacties

Een vreemde snuiter

Bij het opruimen van de zolder vond ik glazen knikkers, in verschillende kleuren en maten.
Een paar jaar geleden had ik ze, in het oude huis, ook weer opnieuw gevonden en in een glazen pot op de vensterbank gezet.
Elke keer bij een verhuizing of het opruimen, kwamen ze steeds weer tevoorschijn.
Het waren mijn knikkers van vroeger waar ik veel mee gespeeld heb. Maar ook mijn kinderen speelden ermee en zelfs mijn moeder, als zij bij ons kwam.
“Oma, heb je zin om weer mee te knikkeren?”, vroegen mijn kinderen dan.
En ja die zin had zij altijd. Ze had in haar jeugd ook altijd graag het wedstrijdspel gedaan, alleen noemde zij het stuiteren. En de knikkers noemde zij stuiters.

Op een dag kwam mijn moeder bij ons en haalde uit haar jaszak een ronde bol en liet die aan mijn zoon zien.
“Kijk eens jongen, wat een vreemde, maar mooie, bijzondere stuiter. Deze heb ik onderweg gevonden en die is voor jou.”
Haar kleinzoon bekeek de knikker eens goed en moest ontzettend hard lachen!
“Maar oma toch, dat is snoep!, een toverbal, waar iemand op gesabbeld heeft.
We hebben allen de bol in onze handen gehad om te kijken wat een rare stuiter het was.
Vanaf het moment dat de toverbal in de vuilnisbak verdween is deze herinnering ons altijd bijgebleven.

Als ik mijn gewone knikkers, bolders en reuzenbonken, weer opruim dan komt in gedachten de vreemde snuiter weer naar boven.

 

Hiltje

Geplaatst in Uncategorized | 11 reacties

Alle begin is moeilijk

Wekenlang was zij heel gewillig geweest. Ze vond alles goed over hoe ik haar al die tijd behandeld had. Ze had geen “Boe noch ba” gezegd en was nooit ontevreden, welk kapsel ik ook bij haar creëerde. Maar ik had ook nooit een compliment van haar gehad, ook niet toen ik bij haar het allermooiste opgestoken bruidskapsel had ontworpen.
In het begin was het een hele uitdaging geweest om met haar haren aan de slag te gaan.
Ze had hele lange bruine haren, alles op één lengte. Alleen de onderste punten moesten eraf. Ik was meer aan het borstelen en kammen dan dat ik aan het knippen was.
Later moest ik alle kniptechnieken en kapsels bij haar doen. En het stond haar ook allemaal beeldig. Ik had bij haar rollers ingedraaid en permanent wikkels en met de krultang had zij pijpenkrullen gehad. Eerst in haar lange haar en later in haar, steeds kortere haren.
Ze was een goed model voor me geweest maar nu hadden wij elkaar niets meer te bieden.
Ik kon haar niet meer gebruiken nu haar haren zo kort waren en deze totaal gemillimeterd waren.
Al zou ze na een jaar pas weer verschijnen, haar haren zouden nooit meer groeien.
Dat zij zo eindigde met bijna een kaal hoofd dat was dankzij mijn lerares want anders had ik nooit het opscheren geleerd. Mijn docente was streng maar wat heb ik veel van haar geleerd! Alle opdrachten, technieken en haardrachten, die zij gaf, moesten ik en mijn klasgenoten uitvoeren. Het einde van mijn model was ook meteen het nieuwe begin
om de haren van echte mensen te gaan doen en leren. Vooral het gaan doen want het leren had ik volbracht op mijn model, dat namelijk een oefenpop was. Ik zeg, “pop” maar het was alleen een hoofd met haren en een nek. Een oefenkop, dus.

Na de middelbare school had ik voor het kappersvak gekozen en ging ik naar de kappersvakdagschool. Elke dag was er theorieles en praktijkles.
De praktijkruimte bestond uit lange kaptafels met spiegels erboven en elke leerling had een eigen plek. Elke ochtend liep ik naar mijn plek met een tas vol kappersspullen.
Als eerste haalde ik daar een standaard uit en schroefde die op de tafel. Dan volgde de oefenkop. Deze had een gat in de nek en kon zo over dat standaard geschoven worden.
Vanaf de eerste keer, dat de kop voor de spiegel prijkte, was dit geen ding meer maar werd behandeld als mens. Natuurlijk hebben mijn klasgenoten en ik lol gehad en haar niet altijd netjes als mens behandeld. Ze kreeg wel eens een duw en we grapten “Zit eens stil!”
Of wachtten we op een antwoord die we niet kregen, op de vraag hoe zij het geknipt wilde hebben.
Tijdens zoveel weken oefenen op een kop, wat ooit erg saai was, hebben we toch heel veel plezier gehad.
Soms borg ik haar niet op in mijn tas maar zette haar in mijn mandje voorop mijn brommer en wapperde haar haren in de wind en had ik een binnenpretje als ik zag hoe mensen op straat schrokken dat ik daar met een hoofd reed.

Het nieuwe begin, de eerste keer dat ik naar de ingang van de school liep om een echte klant te gaan halen was spannend.
Parmantig liep ik naar een mevrouw die zat te wachten. Beleefd vroeg ik of ik haar kon helpen en haar haren mocht doen. Ja of het “mocht”, dat moesten we vragen en was de opdracht van de lerares want het was niet vanzelfsprekend dat jij die klant mocht helpen.
Misschien zat zij te wachten op een meisje die haar favoriet was.
Het was erger, de mevrouw wachtte op een taxi want haar haren waren net gedaan…
Och jee wat een blunder maakte ik. Had ik niet goed naar haar kapsel gekeken of had haar kapster een slechte dag gehad of langer op de kop moeten oefenen?
Ik maakte haar mijn excuses en voelde mijn wangen gloeien.
Snel liep ik naar een andere klant en vroeg beleefd of ik haar jas aan kon nemen.
“Dit is mijn jurk, mijn jas hangt daar al aan de kapstok”, zei ze.
Ik schrok en keek naar haar doorknoopjurk met kraag.
Het gaat lekker, maar niet heus, dit was mijn tweede blunder.
Terwijl ik “Ooohh sorry mevrouw” zei en terug wilde lopen naar mijn klasgenoten, zei ze “Jij mag mijn haren doen, hoor.”
Opluchting en zij was mijn eerste echte klant.

Ik bracht haar naar mijn kaptafel en pakte een stoel voor haar. Ik luisterde eerst naar haar wensen. Ik zag dat mijn lerares mij in de gaten hield. Later bleek dat de lerares de klant in de gaten hield omdat zij een vrouw was met veel kapsones, elke week.
Deze vrouw had weinig en dunne haren en ik keek op haar hoofdhuid. Daar kon zij natuurlijk ook niks aan doen maar haar wensen waren absurd.
Zij wilde een watergolf en er moest een weelderige lok tot op haar wenkbrauwen komen terwijl ik zag dat zij een heel hoog voorhoofd had. In gedachten ging ik bedenken waar ik die lok vandaan moest toveren. De haren boven haar oren wilde zij zwierig naar achteren dat samen zou komen in haar nek. In haar nek wilde zij krullen naar buiten, net dáár waar haar haren zeer kort waren. Weer flitste het door mijn hoofd waar ik die krullen vandaan moest halen. Ze gebaarde hier en daar en bovenop wilde zij het heel bol getoupeerd hebben.
Terwijl het dol werd in mijn bol en ik haar toch zo goed mogelijk wilde helpen
(ik vond het spannend, zij was mijn eerste klant en ik wilde het niet verknallen)
kwam daar mijn lerares aan gelopen. Zij had meegeluisterd en keek boos. Ik dacht dat ze boos was op mij, omdat ik haar al een paar keer hulpeloos had aangekeken maar nee ze was boos op de klant.
Mijn lerares haar woorden zal ik nooit meer vergeten: “Mevrouw Jansen, men kan van een kip geen paradijsvogel maken!”
En ze zei “Hiltje, doe je best en meer kun je niet doen.”
Na deze woorden liep ze weg, gaf me een knipoog en liet mij alleen met mevrouw Jansen.
Ik stond daar nog wat heen en weer te dribbelen, nadenkend over de hilarische zin die net uitgesproken was. Lachend, zonder dat mevrouw het zag, bracht ik haar naar de wasbakken.
Eenmaal weer terug bij mijn kaptafel deed ik mijn best. Toen ze moest drogen onder de droogkap snelde ik naar mijn klasgenootjes om het hele gebeuren te vertellen.
Bij het opkammen van mevrouw Jansen haar haren gebruikte ik extra veel haarlak en prikte ik met mijn vorkkam haar kruin omhoog. Ik dacht steeds aan de kip.
Nee een paradijsvogel kon ik niet van haar maken maar een kuifmeesje wel.
Mevrouw Jansen was tevreden, ik was tevreden en mijn lerares, die zonder blikken of blozen kwam kijken naar het eindresultaat, was tevreden.

Mijn nieuwe begin was moeizaam begonnen maar ik had mijn kappersopleiding goed afgerond en mijn diploma’s gehaald.
Ik werd al snel aangenomen in een kapperszaak en jarenlang heb ik met veel plezier andermans haren gedaan en de wensen zo goed mogelijk uitgevoerd.
Wensen van echte mensen met allerlei soorten haren. En als het een ingewikkelde wens was dan dacht ik soms terug aan mijn oefenkop die nooit commentaar had.
Of aan de woorden van mijn lerares: Niet alleen aan de kip waar je geen paradijsvogel van kan maken maar ook aan “Hiltje, doe je best en meer kun je niet doen.”
En dat deed ik.

 

Hiltje

Geplaatst in Uncategorized | 26 reacties

Onbeantwoorde liefde

Hij kende haar al een hele tijd,
zij zichzelf ook,
ze was een lieve meid
maar een bitch bleek een feit.

 

Zijn voet streelde over haar been omhoog,
zij stampte op de grond,
toen in het café de vonk overvloog
dat was fijn geweest
maar zij dacht, ik voel een kruipend beest.

Hij zei, ik heb kriebels in mijn buik,
nou, zij lustte ook wel wat,
fladderende vlinders namen een duik
dat was fijn geweest
maar zij snakte naar patat.

Hij kocht een mooie bos rozen,
zij trok haar neus op,
ze moest ervan blozen
dat was fijn geweest
maar zij had liever een zak drop.

Hij nam haar in zijn armen,
zij trok zich los,
om haar te verwarmen
dat was fijn geweest
maar onder haar voeten werd ‘t het heetst.

Zijn lippen kwamen dichterbij de,
glad gestucte wand,
zachte lippen van haar, van zijde
dat was fijn geweest
maar ze draaide haar hoofd naar de andere kant.

Hij streek zijn handen door haar zwierig haar,
daar kwam een warrig knoopje in,
wat een prettig aaigebaar
dat was fijn geweest
maar met haarlak vastgeplakt, was meer haar zin.

Hij hield de deur voor haar open en pakte haar hand,
ze zei, doe maar dicht want het tocht,
lief, wat ben jij toch galant
dat was fijn geweest
maar ze greep haar tas, waarin ze een sjaaltje zocht.

Zijn warme fluisterwoordjes in haar oor,
ze zei, hè ben eens stil,
haar: “ja ga door, ga door”
dat was fijn geweest
maar zij vond het een kil gegil.

Hij zette een zwoel muziekje op,
zij vond het een naar geluid,
mag ik deze dans, poppedop?
dat was fijn geweest
maar ze wilde die herrie uit.

Hij zat graag aan haar; een kneepje in haar billen,
ze zei, wat doe jij nou!
ze begon verrukt te gillen
dat was fijn geweest
maar ze gaf hem een flinke snauw.

Hij opende zijn rits en riem,
zij maakte die snel weer dicht,
mmmm schat dat is intiem
dat was fijn geweest
maar een broek met open rits vond ze écht geen gezicht.

Hij kruipt in bed, poedelnaakt,
dat vond zij erg gek,
zodat hij ook haar blootje raakt
dat was fijn geweest
maar ze knoopte haar pon tot aan haar nek.

Hij wilde met haar naar bed,
zij ook en zat enorm te gapen,
wat hadden ze een sekspret
dat was fijn geweest
maar zij… zij wilde slapen.

Hij kocht voor haar een ring, bij de juwelier,
ze zei, wat is dat voor een doos,
trok haar op schoot en zei, kijk eens hier
dat was fijn geweest
maar ik wou een ketting, zei ze boos.

Hij had het niet opgegeven, had echt van haar gehouwen,
zij hield ook van zichzelf,
zullen wij samen een nestje gaan bouwen
dat was fijn geweest
maar hij wilde uiteindelijk niet meer met haar trouwen.

 

Hij kende haar al een hele tijd,
zij zichzelf ook allang,
ooit was zij een lieve meid
maar nu plakte hij haar nog liever achter het behang!

 

 

Hiltje

Geplaatst in Uncategorized | 9 reacties

De uitgestelde snuisterijtjes

“Wat een hoop trammelant en toestanden meer”,
dat is nogal een zin die flink binnenkomt!
Als iemand dat uitspreekt dan is er wat loos en is er niet zomaar iets kleins aan de hand.
Nou kende ik vroeger iemand die deze zin bijna dagelijks uitsprak. De eerste keer maakte dat indruk en hing ik aan haar lippen door deze machtige zin maar al gauw bleek dat zij het gewoon interessant vond en deze gebruikte bij pietluttige voorvalletjes.
Bij een gebeurtenis waar ik of een ander, gewoon de woorden “dat was jammer” of
“dat was vervelend”, zouden gebruiken.
Het werd haar gewoonte en al snel ging die zin, het ene oor in en het andere oor weer uit.

 

 

Als ik de huiskamer poets en een doekje over mijn ladekast met snuisterijen haal, dan lijkt deze kast verdrietig. De lades zitten nog vol met anekdotes die mijn trouwe lezers zouden kunnen lezen maar zolang ik niet een la open, komt er geen snuisterijtje op mijn blog.
Steeds als ik in de buurt van mijn kast sta, hoor ik een stemmetje die mij aanspoort om een verhaal eruit te halen maar het gaat niet..…

Het is al juli en mijn laatste blogverhaal was in december. Toen heb ik mijn lezers een goed nieuwjaar gewenst maar vooral en oprecht een gezond jaar!
Daarna bleef het stil. Ik had niet verwacht dat ikzelf allerlei gezondheidsklachten zou krijgen. Ik kon niet zo lang achter de laptop zitten want ik had erge last van mijn heup. Een steeds terugkerende last, die ik over had gehouden na een malle sprint toen ik vergeten was dat ik geen jonge hinde meer ben.
Een tijd daarna kreeg ik een ontsteking in mijn rechterarm. Die pijn straalde uit naar mijn pols en hand. Het was onmogelijk om een snuisterijtje te typen.
Zelfs mijn vingerkootjes waren verkrampt. Ik wilde, dat als ik mijn hand hard naar beneden zou zwaaien, de pijn er dan door mijn vingertoppen uit zou zwiepen. Was dat maar waar. Mijn rechterhand was oververmoeid en hoewel ik linkshandig ben besefte ik dat ik toch ook nog best veel doe met mijn rechterhand. Ik moest mijn arm echt ontzien en dat betekende dat ik ook minder mijn mobiele telefoon moest gebruiken. Dat was vervelend; weinig tot niet op WhatsApp en op Twitter. Lezen kon wel maar zelfs dan was mijn telefoon te zwaar om vast te houden. Ik moest echt op mijn houding gaan letten en legde steeds mijn telefoon en hand te rusten op een kussen op schoot.
De pijn werd iets draaglijker en ik dacht na over een gedichtje voor op mijn blog.

Ondertussen had ik een brief van het bevolkingsonderzoek voor darmkanker ontvangen.
Gezien mijn leeftijd was dit de eerste keer dat ik daaraan mee kon doen. Dat deed ik maar vond het wel spannend.
Ik was erg geschrokken van de uitslag, niet verwacht dat het niet goed zou zijn.
Er stonden zelfs al datums gepland voor een gesprek in het ziekenhuis en voor een kijkoperatie. Ook de chemische poeders, ter voorbereiding thuis, stonden al klaar.
Ik sliep slecht en dit was een zenuwslopende tijd. Ik kon nergens anders meer aan denken.
Jaren geleden ben ik genezen van blaaskanker en nu dit. Darmkanker? Het zou toch niet waar zijn!?, spookte het constant door mijn hoofd.

Op de dag zelf, voor het darmonderzoek en tevens kijkoperatie, was ik nog steeds zenuwachtig. En de inname van de poeders vermengd met vele liters water, leek bij de eerste slokken lekkere citroenlimonade maar daarna griezelde ik van die vette substantie.
Ik voelde me een klein zielig musje toen ik het ziekenhuis instapte maar nadat een meelevend team me op mijn gemak had gesteld en ik het onderzoek, ondanks het roesje, helemaal mee kon volgen op een scherm, veranderde ik in een Andescondor vogel.
De boosdoener in mijn darmen was een poliep, deze werd meteen weggehaald.
En er zaten ontstekinkjes en divertikels. Dat zijn goedaardige uitstulpingen maar kunnen wel last bezorgen.

Voor de uitslag van de poliep, of deze goed of kwaadaardig was, moest ik terug naar het ziekenhuis. Dat was pas tien dagen later. Je zou denken dat dát dan nare zenuwslopende dagen zijn maar wonder boven wonder was ik toen juist niet zenuwachtig en sliep ik goed.
En de uitslag bleek goed, wat een enorme opluchting!
Vanaf de brief tot aan het onderzoek was het vreselijk geweest.
Nu viel er een grote last van mij af.

Ik had enorm veel energie en de tijd die ik verspild had met piekeren kon ik wel eens in gaan halen, dacht ik.
Ik propte mijn dagen vol met bezigheden en was vastbesloten om mijn ladekast te laten lachen en een gedicht te typen maar ik kreeg een ontsteking aan mijn oog.
Op Twitter grapte ik naar mijn volgers, ‘Ik zie jullie maar half’, maar het bleek echt lastig om tweets te kunnen lezen, laat staan iets te typen op mijn site.
Mijn ooglid was dik en zonder te overdrijven hing er ook een enorme kwab onder mijn oog. Vocht dat niet weg kon door een verstopte klier. Een opgezet bultje kraste over mijn oog, tranend en vermoeiend. Mijn huisarts haalde de spanning van het bultje af, door er met een naald enkele keren in te prikken en de kwab slonk direct. Goed schoonhouden, spoelen en deppen met kompressen van kamillethee, was haar advies. Als waarschuwing kreeg ik mee dat het ook chronisch kon worden en ze had gelijk, het kwam weer terug na een maand en later na twee maanden weer.

Ik vond het eigenlijk wel welletjes al die gezondheidsklachten en in die maanden was ik ook nog eens zo moe, niet gewoon moe maar oververmoeid. Dat kwam niet door mijn oog maar door alle mankementen bij elkaar. Ik deed alleen wat echt nodig was en verder kwam er niks uit mijn handen. Soms overviel me het hyperventileren en meestal was ik erg onrustig en had nergens zin in. Met een trillerig lijf en veel hoofdpijn schoot het in mijn gedachten dat ooit zo mijn burn-out was begonnen. Ik schrok van die gedachten want ik had mezelf beloofd om dat nooit meer te laten gebeuren. Dit was een seintje waar ik iets mee moest gaan doen.
Ik volgde de tips en handvatten die ik toentertijd had gekregen bij terugvallen.
Mijn innerlijke batterij moest opgeladen worden met een extra buffer voor tegenslagen.
Rust pakken en veel dingen gaan doen die energie geven. Meer ontspannen dan inspannen.

Ik voelde me steeds beter worden; fijne, kleine, blije dingen beleven, die groots uitpakte:
De kinderen die me een bezoekje brengen, een drankje in de zon op een terrasje met manlief of wandelen en fietsen, genieten van alles wat groeit en bloeit in mijn tuin en daarbuiten, het leuke contact op social media, een ijsje gaan eten, naar een braderie, een dagje sauna, uit lunchen, met een vriendin gaan shoppen of visite met vrienden en och nog zoveel meer.
Door deze ontspannen afwisseling met daarnaast drukke dagen met verplichte afspraken en het huishouden, kwam ik weer in balans. Ik had zin en maakte tijd om weer een snuisterijtje te schrijven. Er waren mensen die het opvielen dat ik al zo lang niets meer had geplaatst.
In plaats van het gedicht vond ik het beter om mijn verhaal te vertellen waarom mijn lezers al die tijd niets meer hebben gelezen op mijn site. Ik opende mijn laptop en typte enkele zinnen en pats!, de laptop hield ermee op en was niet meer aan de praat te krijgen.
De batterij was kapot. Dat was vervelend maar ik was blij dat het niet mijn innerlijke batterij was, deze keer.

 

Het is nu juli, zes maanden kwam er geen snuisterijtje uit mijn ladekast maar hier ben ik weer, goed in mijn vel.
In een half jaar was er toch heel wat loos en terugkijkend hebben de zorgen dat er eventueel weer kanker in mijn lijf zou sluipen me het meest aangegrepen.
Al met al zeg ik niet,
“wat jammer, wat vervelend” maar volmondig en zonder interessant te doen:
“Wat een hoop trammelant en toestanden meer!”

 

 

Hiltje

 

Geplaatst in Uncategorized | 14 reacties

De kaneel die een dromedaris blijkt te zijn

De kerstversiering vroeger, in het ouderlijk huis, was heel anders dan nu in mijn huis.
Ik denk aan de papieren opengevouwen kerstklokken en aan de kaarslampjes in de boom.
Er was zoveel méér anders dan tegenwoordig maar wat me het meest is bijgebleven; het houten kerststalletje door mijn vader gemaakt en de beeldjes die wij hadden.
Het stalletje was een soort huisje waarvan de voorkant open was en het had een schuin dak. De vloer liep opzij door naar buiten als een uitbouw zonder dak, een soort veranda.
De beeldjes leken van steen maar waren van rubber.
Als het doosje, waarin deze beeldjes zaten, uitgepakt werd dan zat ik er met mijn neus bovenop. Bovenin lag een zakje met stro en daaronder allemaal proppen van servetten.
Het was steeds een verrassing welk figuurtje er tevoorschijn zou komen.
Omdat de beeldjes niet konden breken mocht ik mijn moeder meehelpen met uitpakken.
Zij gaf ieder een plaats en ik mocht als laatste kindje Jezus in het kribje leggen.
Ik vond de kaneel het leukste, omdat die het grootste was.
“Kameel”, verbeterde mijn moeder mij. “Ka-mmmm-eel.” Ik bleef kaneel zeggen en het heeft een tijd geduurd voordat ik de kaneel, kameel ging noemen.

Toen ik geen peuter-Hiltje meer was mocht ik de kerstjaren daarna helemaal alleen de kerststal inrichten. Ik kreeg van mijn moeder de vrije hand en zou bijna alles en iedereen een ander plekje gaan geven in en rondom het kerststalletje.
Het stro legde ik zowel op de bodem in het huisje als op de verandavloer want de os en de ezel, alle schaapjes en het hondje hadden het ook koud. Jozef, Maria en het kindje plaatste ik op dezelfde plek als mijn moeder deed, in het huisje. Maar de man met de fluit mocht er ook bij, dat vond ik wel gezellig. Ik stelde me voor dat hij wel een mooi slaapliedje floot voor het kindeke.
Er was ook nog een jongen met een hoed, ik denk een herder en nog twee mannen waarvan ik nooit begrepen heb wie dat waren. Die moesten maar buiten op de veranda.
En dan waren er nog de drie koningen. Deze zette ik samen met de kaneel een eindje verder van het stalletje vandaan. Ze deden nog even niet mee en zouden geschenken brengen.
En de engel, die hing ik voor aan het schuine dakje.

Op school had de juffrouw het kerstverhaal verteld en thuisgekomen had ik meteen de os en de ezel van de veranda weggehaald en achter bij het hoofdje van Jezus neergezet; ze hielden nu het kindje warm door hun adem. Het werd daardoor wel druk in het huisje en de man met de fluit stuurde ik naar buiten.
De kaneel was omgevallen en bleef vallen, zelfs als ik zijn poten uit elkaar trok in de split dan veerden ze weer terug. Ik besloot om hem op de veranda te zetten, leunend tegen de achterwand voordat hij helemaal door zijn flexibele hoeven zou zakken.
Omdat de kaneel zo groot was kon je aan hem het eerste merken dat hij van rubber was.
Mijn vader heeft later nog ijzeren pinnen in zijn poten gestoken zodat ik hem neer kon zetten waar ik wilde want de kaneel bleef mijn favoriet. Elk jaar speelde ik met de kerstfiguren en zag steeds weer andere mogelijkheden met volop fantasie.

Mooie herinneringen ..….
Nu staat het stalletje met de beeldjes in mijn huis op zolder. Ik kom ze elk jaar weer tegen bij alle kerstspullen. Alleen de kerstboom, met ledverlichting en ballen, staat in de woonkamer en nog wat andere kerstversiering. Er komt zeker nog wel eens een jaar dat ik het stalletje uit zal stallen in mijn woonkamer met kerst maar sowieso maak ik altijd even het doosje open. Ik bekijk dan weer alle figuren vluchtig, behalve de kaneel en kindje Jezus want daar schenk ik wat meer aandacht aan en ga ik weer even terug in de tijd.
De kaneel ziet er nog net zo leuk uit als vroeger, zijn poten staan nog stijf maar in zijn geheel oogt hij een stuk minder groot.
Tientallen jaren weet ik dat kaneel, kameel heet en sinds enkele jaren viel mij op dat deze kameel maar 1 bult heeft en dan blijkt het een dromedaris te zijn. Wat een geluk dat ik dat als kind niet wist want hoe zou ik dat uitgesproken hebben?!

Jullie, mijn trouwe bloglezers, hebben vast ook herinneringen aan de kerst van vroeger.
En mochten jullie een reactie achterlaten en iets willen delen over jullie fantasie of herinneringen dan lees ik dat graag.

Voor nu,
hoe je kerst ook viert, versiert of verlicht of er juist helemaal niets aan doet,
wens ik allen fijne dagen en een gelukkig maar vooral gezond 2019.

 

Hiltje

Geplaatst in Uncategorized | 5 reacties