Onbeantwoorde liefde

Hij kende haar al een hele tijd,
zij zichzelf ook,
ze was een lieve meid
maar een bitch bleek een feit.

 

Zijn voet streelde over haar been omhoog,
zij stampte op de grond,
toen in het café de vonk overvloog
dat was fijn geweest
maar zij dacht, ik voel een kruipend beest.

Hij zei, ik heb kriebels in mijn buik,
nou, zij lustte ook wel wat,
fladderende vlinders namen een duik
dat was fijn geweest
maar zij snakte naar patat.

Hij kocht een mooie bos rozen,
zij trok haar neus op,
ze moest ervan blozen
dat was fijn geweest
maar zij had liever een zak drop.

Hij nam haar in zijn armen,
zij trok zich los,
om haar te verwarmen
dat was fijn geweest
maar onder haar voeten werd ‘t het heetst.

Zijn lippen kwamen dichterbij de,
glad gestucte wand,
zachte lippen van haar, van zijde
dat was fijn geweest
maar ze draaide haar hoofd naar de andere kant.

Hij streek zijn handen door haar zwierig haar,
daar kwam een warrig knoopje in,
wat een prettig aaigebaar
dat was fijn geweest
maar met haarlak vastgeplakt, was meer haar zin.

Hij hield de deur voor haar open en pakte haar hand,
ze zei, doe maar dicht want het tocht,
lief, wat ben jij toch galant
dat was fijn geweest
maar ze greep haar tas, waarin ze een sjaaltje zocht.

Zijn warme fluisterwoordjes in haar oor,
ze zei, hè ben eens stil,
haar: “ja ga door, ga door”
dat was fijn geweest
maar zij vond het een kil gegil.

Hij zette een zwoel muziekje op,
zij vond het een naar geluid,
mag ik deze dans, poppedop?
dat was fijn geweest
maar ze wilde die herrie uit.

Hij zat graag aan haar; een kneepje in haar billen,
ze zei, wat doe jij nou!
ze begon verrukt te gillen
dat was fijn geweest
maar ze gaf hem een flinke snauw.

Hij opende zijn rits en riem,
zij maakte die snel weer dicht,
mmmm schat dat is intiem
dat was fijn geweest
maar een broek met open rits vond ze écht geen gezicht.

Hij kruipt in bed, poedelnaakt,
dat vond zij erg gek,
zodat hij ook haar blootje raakt
dat was fijn geweest
maar ze knoopte haar pon tot aan haar nek.

Hij wilde met haar naar bed,
zij ook en zat enorm te gapen,
wat hadden ze een sekspret
dat was fijn geweest
maar zij… zij wilde slapen.

Hij kocht voor haar een ring, bij de juwelier,
ze zei, wat is dat voor een doos,
trok haar op schoot en zei, kijk eens hier
dat was fijn geweest
maar ik wou een ketting, zei ze boos.

Hij had het niet opgegeven, had echt van haar gehouwen,
zij hield ook van zichzelf,
zullen wij samen een nestje gaan bouwen
dat was fijn geweest
maar hij wilde uiteindelijk niet meer met haar trouwen.

 

Hij kende haar al een hele tijd,
zij zichzelf ook allang,
ooit was zij een lieve meid
maar nu plakte hij haar nog liever achter het behang!

 

 

Hiltje

Advertenties
Geplaatst in Uncategorized | 9 reacties

De uitgestelde snuisterijtjes

“Wat een hoop trammelant en toestanden meer”,
dat is nogal een zin die flink binnenkomt!
Als iemand dat uitspreekt dan is er wat loos en is er niet zomaar iets kleins aan de hand.
Nou kende ik vroeger iemand die deze zin bijna dagelijks uitsprak. De eerste keer maakte dat indruk en hing ik aan haar lippen door deze machtige zin maar al gauw bleek dat zij het gewoon interessant vond en deze gebruikte bij pietluttige voorvalletjes.
Bij een gebeurtenis waar ik of een ander, gewoon de woorden “dat was jammer” of
“dat was vervelend”, zouden gebruiken.
Het werd haar gewoonte en al snel ging die zin, het ene oor in en het andere oor weer uit.

 

 

Als ik de huiskamer poets en een doekje over mijn ladekast met snuisterijen haal, dan lijkt deze kast verdrietig. De lades zitten nog vol met anekdotes die mijn trouwe lezers zouden kunnen lezen maar zolang ik niet een la open, komt er geen snuisterijtje op mijn blog.
Steeds als ik in de buurt van mijn kast sta, hoor ik een stemmetje die mij aanspoort om een verhaal eruit te halen maar het gaat niet..…

Het is al juli en mijn laatste blogverhaal was in december. Toen heb ik mijn lezers een goed nieuwjaar gewenst maar vooral en oprecht een gezond jaar!
Daarna bleef het stil. Ik had niet verwacht dat ikzelf allerlei gezondheidsklachten zou krijgen. Ik kon niet zo lang achter de laptop zitten want ik had erge last van mijn heup. Een steeds terugkerende last, die ik over had gehouden na een malle sprint toen ik vergeten was dat ik geen jonge hinde meer ben.
Een tijd daarna kreeg ik een ontsteking in mijn rechterarm. Die pijn straalde uit naar mijn pols en hand. Het was onmogelijk om een snuisterijtje te typen.
Zelfs mijn vingerkootjes waren verkrampt. Ik wilde, dat als ik mijn hand hard naar beneden zou zwaaien, de pijn er dan door mijn vingertoppen uit zou zwiepen. Was dat maar waar. Mijn rechterhand was oververmoeid en hoewel ik linkshandig ben besefte ik dat ik toch ook nog best veel doe met mijn rechterhand. Ik moest mijn arm echt ontzien en dat betekende dat ik ook minder mijn mobiele telefoon moest gebruiken. Dat was vervelend; weinig tot niet op WhatsApp en op Twitter. Lezen kon wel maar zelfs dan was mijn telefoon te zwaar om vast te houden. Ik moest echt op mijn houding gaan letten en legde steeds mijn telefoon en hand te rusten op een kussen op schoot.
De pijn werd iets draaglijker en ik dacht na over een gedichtje voor op mijn blog.

Ondertussen had ik een brief van het bevolkingsonderzoek voor darmkanker ontvangen.
Gezien mijn leeftijd was dit de eerste keer dat ik daaraan mee kon doen. Dat deed ik maar vond het wel spannend.
Ik was erg geschrokken van de uitslag, niet verwacht dat het niet goed zou zijn.
Er stonden zelfs al datums gepland voor een gesprek in het ziekenhuis en voor een kijkoperatie. Ook de chemische poeders, ter voorbereiding thuis, stonden al klaar.
Ik sliep slecht en dit was een zenuwslopende tijd. Ik kon nergens anders meer aan denken.
Jaren geleden ben ik genezen van blaaskanker en nu dit. Darmkanker? Het zou toch niet waar zijn!?, spookte het constant door mijn hoofd.

Op de dag zelf, voor het darmonderzoek en tevens kijkoperatie, was ik nog steeds zenuwachtig. En de inname van de poeders vermengd met vele liters water, leek bij de eerste slokken lekkere citroenlimonade maar daarna griezelde ik van die vette substantie.
Ik voelde me een klein zielig musje toen ik het ziekenhuis instapte maar nadat een meelevend team me op mijn gemak had gesteld en ik het onderzoek, ondanks het roesje, helemaal mee kon volgen op een scherm, veranderde ik in een Andescondor vogel.
De boosdoener in mijn darmen was een poliep, deze werd meteen weggehaald.
En er zaten ontstekinkjes en divertikels. Dat zijn goedaardige uitstulpingen maar kunnen wel last bezorgen.

Voor de uitslag van de poliep, of deze goed of kwaadaardig was, moest ik terug naar het ziekenhuis. Dat was pas tien dagen later. Je zou denken dat dát dan nare zenuwslopende dagen zijn maar wonder boven wonder was ik toen juist niet zenuwachtig en sliep ik goed.
En de uitslag bleek goed, wat een enorme opluchting!
Vanaf de brief tot aan het onderzoek was het vreselijk geweest.
Nu viel er een grote last van mij af.

Ik had enorm veel energie en de tijd die ik verspild had met piekeren kon ik wel eens in gaan halen, dacht ik.
Ik propte mijn dagen vol met bezigheden en was vastbesloten om mijn ladekast te laten lachen en een gedicht te typen maar ik kreeg een ontsteking aan mijn oog.
Op Twitter grapte ik naar mijn volgers, ‘Ik zie jullie maar half’, maar het bleek echt lastig om tweets te kunnen lezen, laat staan iets te typen op mijn site.
Mijn ooglid was dik en zonder te overdrijven hing er ook een enorme kwab onder mijn oog. Vocht dat niet weg kon door een verstopte klier. Een opgezet bultje kraste over mijn oog, tranend en vermoeiend. Mijn huisarts haalde de spanning van het bultje af, door er met een naald enkele keren in te prikken en de kwab slonk direct. Goed schoonhouden, spoelen en deppen met kompressen van kamillethee, was haar advies. Als waarschuwing kreeg ik mee dat het ook chronisch kon worden en ze had gelijk, het kwam weer terug na een maand en later na twee maanden weer.

Ik vond het eigenlijk wel welletjes al die gezondheidsklachten en in die maanden was ik ook nog eens zo moe, niet gewoon moe maar oververmoeid. Dat kwam niet door mijn oog maar door alle mankementen bij elkaar. Ik deed alleen wat echt nodig was en verder kwam er niks uit mijn handen. Soms overviel me het hyperventileren en meestal was ik erg onrustig en had nergens zin in. Met een trillerig lijf en veel hoofdpijn schoot het in mijn gedachten dat ooit zo mijn burn-out was begonnen. Ik schrok van die gedachten want ik had mezelf beloofd om dat nooit meer te laten gebeuren. Dit was een seintje waar ik iets mee moest gaan doen.
Ik volgde de tips en handvatten die ik toentertijd had gekregen bij terugvallen.
Mijn innerlijke batterij moest opgeladen worden met een extra buffer voor tegenslagen.
Rust pakken en veel dingen gaan doen die energie geven. Meer ontspannen dan inspannen.

Ik voelde me steeds beter worden; fijne, kleine, blije dingen beleven, die groots uitpakte:
De kinderen die me een bezoekje brengen, een drankje in de zon op een terrasje met manlief of wandelen en fietsen, genieten van alles wat groeit en bloeit in mijn tuin en daarbuiten, het leuke contact op social media, een ijsje gaan eten, naar een braderie, een dagje sauna, uit lunchen, met een vriendin gaan shoppen of visite met vrienden en och nog zoveel meer.
Door deze ontspannen afwisseling met daarnaast drukke dagen met verplichte afspraken en het huishouden, kwam ik weer in balans. Ik had zin en maakte tijd om weer een snuisterijtje te schrijven. Er waren mensen die het opvielen dat ik al zo lang niets meer had geplaatst.
In plaats van het gedicht vond ik het beter om mijn verhaal te vertellen waarom mijn lezers al die tijd niets meer hebben gelezen op mijn site. Ik opende mijn laptop en typte enkele zinnen en pats!, de laptop hield ermee op en was niet meer aan de praat te krijgen.
De batterij was kapot. Dat was vervelend maar ik was blij dat het niet mijn innerlijke batterij was, deze keer.

 

Het is nu juli, zes maanden kwam er geen snuisterijtje uit mijn ladekast maar hier ben ik weer, goed in mijn vel.
In een half jaar was er toch heel wat loos en terugkijkend hebben de zorgen dat er eventueel weer kanker in mijn lijf zou sluipen me het meest aangegrepen.
Al met al zeg ik niet,
“wat jammer, wat vervelend” maar volmondig en zonder interessant te doen:
“Wat een hoop trammelant en toestanden meer!”

 

 

Hiltje

 

Geplaatst in Uncategorized | 14 reacties

De kaneel die een dromedaris blijkt te zijn

De kerstversiering vroeger, in het ouderlijk huis, was heel anders dan nu in mijn huis.
Ik denk aan de papieren opengevouwen kerstklokken en aan de kaarslampjes in de boom.
Er was zoveel méér anders dan tegenwoordig maar wat me het meest is bijgebleven; het houten kerststalletje door mijn vader gemaakt en de beeldjes die wij hadden.
Het stalletje was een soort huisje waarvan de voorkant open was en het had een schuin dak. De vloer liep opzij door naar buiten als een uitbouw zonder dak, een soort veranda.
De beeldjes leken van steen maar waren van rubber.
Als het doosje, waarin deze beeldjes zaten, uitgepakt werd dan zat ik er met mijn neus bovenop. Bovenin lag een zakje met stro en daaronder allemaal proppen van servetten.
Het was steeds een verrassing welk figuurtje er tevoorschijn zou komen.
Omdat de beeldjes niet konden breken mocht ik mijn moeder meehelpen met uitpakken.
Zij gaf ieder een plaats en ik mocht als laatste kindje Jezus in het kribje leggen.
Ik vond de kaneel het leukste, omdat die het grootste was.
“Kameel”, verbeterde mijn moeder mij. “Ka-mmmm-eel.” Ik bleef kaneel zeggen en het heeft een tijd geduurd voordat ik de kaneel, kameel ging noemen.

Toen ik geen peuter-Hiltje meer was mocht ik de kerstjaren daarna helemaal alleen de kerststal inrichten. Ik kreeg van mijn moeder de vrije hand en zou bijna alles en iedereen een ander plekje gaan geven in en rondom het kerststalletje.
Het stro legde ik zowel op de bodem in het huisje als op de verandavloer want de os en de ezel, alle schaapjes en het hondje hadden het ook koud. Jozef, Maria en het kindje plaatste ik op dezelfde plek als mijn moeder deed, in het huisje. Maar de man met de fluit mocht er ook bij, dat vond ik wel gezellig. Ik stelde me voor dat hij wel een mooi slaapliedje floot voor het kindeke.
Er was ook nog een jongen met een hoed, ik denk een herder en nog twee mannen waarvan ik nooit begrepen heb wie dat waren. Die moesten maar buiten op de veranda.
En dan waren er nog de drie koningen. Deze zette ik samen met de kaneel een eindje verder van het stalletje vandaan. Ze deden nog even niet mee en zouden geschenken brengen.
En de engel, die hing ik voor aan het schuine dakje.

Op school had de juffrouw het kerstverhaal verteld en thuisgekomen had ik meteen de os en de ezel van de veranda weggehaald en achter bij het hoofdje van Jezus neergezet; ze hielden nu het kindje warm door hun adem. Het werd daardoor wel druk in het huisje en de man met de fluit stuurde ik naar buiten.
De kaneel was omgevallen en bleef vallen, zelfs als ik zijn poten uit elkaar trok in de split dan veerden ze weer terug. Ik besloot om hem op de veranda te zetten, leunend tegen de achterwand voordat hij helemaal door zijn flexibele hoeven zou zakken.
Omdat de kaneel zo groot was kon je aan hem het eerste merken dat hij van rubber was.
Mijn vader heeft later nog ijzeren pinnen in zijn poten gestoken zodat ik hem neer kon zetten waar ik wilde want de kaneel bleef mijn favoriet. Elk jaar speelde ik met de kerstfiguren en zag steeds weer andere mogelijkheden met volop fantasie.

Mooie herinneringen ..….
Nu staat het stalletje met de beeldjes in mijn huis op zolder. Ik kom ze elk jaar weer tegen bij alle kerstspullen. Alleen de kerstboom, met ledverlichting en ballen, staat in de woonkamer en nog wat andere kerstversiering. Er komt zeker nog wel eens een jaar dat ik het stalletje uit zal stallen in mijn woonkamer met kerst maar sowieso maak ik altijd even het doosje open. Ik bekijk dan weer alle figuren vluchtig, behalve de kaneel en kindje Jezus want daar schenk ik wat meer aandacht aan en ga ik weer even terug in de tijd.
De kaneel ziet er nog net zo leuk uit als vroeger, zijn poten staan nog stijf maar in zijn geheel oogt hij een stuk minder groot.
Tientallen jaren weet ik dat kaneel, kameel heet en sinds enkele jaren viel mij op dat deze kameel maar 1 bult heeft en dan blijkt het een dromedaris te zijn. Wat een geluk dat ik dat als kind niet wist want hoe zou ik dat uitgesproken hebben?!

Jullie, mijn trouwe bloglezers, hebben vast ook herinneringen aan de kerst van vroeger.
En mochten jullie een reactie achterlaten en iets willen delen over jullie fantasie of herinneringen dan lees ik dat graag.

Voor nu,
hoe je kerst ook viert, versiert of verlicht of er juist helemaal niets aan doet,
wens ik allen fijne dagen en een gelukkig maar vooral gezond 2019.

 

Hiltje

Geplaatst in Uncategorized | 5 reacties

Naamdicht

Een naamdicht wordt geschreven met woorden of zinnen
die niet hoeven te rijmen. Deze hebben betrekking op een
naam of onderwerp. De eerste letters van het naamdicht,
van boven naar beneden gelezen, maken de naam/onderwerp bekend en compleet.

*

Er was eens…het begin van schrijven
Een eigen WordPress site
N
egenentwintig oktober 2013, eerste verhaal

Lustrum; 5 jarig blogfeest vandaag
A
mateur schrijfster
D
elen van verhalen en gedichten
E
chte gebeurtenissen of fantasie
K
ast met gevulde lades
A
angenaam verrast door het aantal lezers
S
nuisterijen die ik deel
T
weeps op Twitter die delen

Mijn dank is groot
E
en schrijfsel schrijven werkt helend
T
erug in het verleden

Soms in het heden
N
ooit gedacht om eerder te gaan schrijven
U
ren achtereen typen
I
deeën volop
S
teekwoorden in klad op papier
T
oetsenbord gereed
E
n verhaal publiceren
R
eacties op mijn blog
I
k lees ze graag en beantwoord
J
ij die de moeite nam
E
r was eens… voorlopig nog geen einde
N
ogmaals dank lieve lezers

 

Hiltje

Geplaatst in Uncategorized | 15 reacties

Zomerherfstgebakkelei

Wat ben je toch vroeg dit jaar, zegt de zomer.

Nee hoor, dezelfde tijd als alle andere jaren.
Jij moet zo nodig zo lang blijven nazomeren, zegt de herfst.
Je was al zó heet en nu blijf je ook nog een tijd hangen in mijn jaargetijde.
Ik vind je erg overheersend dit jaar, moppert de herfst nog even verder.
Ik heb de bomen al opdracht gegeven om hun bladeren te laten vallen en jij zorgt ervoor dat de mensen nog steeds hun tuinplanten water geven. Je hebt de grond en alles wat groeit en bloeit zo ontzettend droog gemaakt! Je weet toch wel dat gras groen is en niet geel of bruin. Wat jij hebt aangericht…. Hele oogsten zijn mislukt en dan heb ik het nog niet eens over al die arme dieren die ook helemaal van slag zijn.
Ik heb mijn herfstkou en regen al geroepen maar ze luisteren niet
omdat jij nog in de weg zit.
Ik heb alle soorten paddenstoelen allang laten verschijnen, de zwammen pronken zodat de mensen ze kunnen bewonderen maar nee, de mensen gaan naar het strand, zelfs nog het vorige weekend en niet naar het bos. Hoe haal je het in je koperen zonnestralenhoofd, om nog op 13 oktober zo sterk aanwezig te zijn dat de mensen hun herfstbokbiertje buiten nuttigen op volle terrasjes, in plaats van binnen bij de warme kachel terwijl de harde regen tegen de ruiten had moeten kletteren. Mensen stoppen de blote voeten nog in de schoenen terwijl de dikke sokken nog in de kast liggen.
Ook de middenstanders klagen dat de nieuwe collectie aan winterjassen, truien en vesten niet over de toonbanken zwiepen en dat men met zomerjas aan of zonder jas nog steeds naar buiten gaat. Mensen horen nu hun koude en rode neus in hun kragen en sjaals te duwen.

Nou, er waren genoeg middenstanders heel blij, straalt de zomer.
Er is nogal wat ijs en frisdrank verkocht en, over de toonbank zwiepen gesproken, men heeft massaal opblaasbare zwembadjes gekocht en de ventilatoren raakten zelfs uitverkocht.
Mensen bleven vakantie vieren in Nederland en genoten van mijn tropische temperaturen.
Maar inderdaad er waren ook mensen die genoeg hadden van mij en uitkeken naar jou.
Oké, ik ben wat te lang doorgegaan dus het spijt me herfst.
Maar weet je, eigenlijk kan ik er zelf niks aan doen en kan niet beloven dat ik volgend jaar niet wéér een deel van jouw tijd in beslag neem. Ik wil jou niet dwarsliggen maar kan het niet zo goed uitleggen want het is best ingewikkeld.
Het heeft met milieuvervuiling, de opwarming van de aarde
en het broeikaseffect te maken.
Mensen moeten zorgvuldiger met de aarde omgaan.
Ook ik hoop dat ieder van ons weer zijn eigen deel krijgt. De lente was ook eerder en heeft een stukje van de winter gepikt, heb ik horen zeggen.
Ik krijg niet alles mee en wil niets liever dan mijn zomer zomeren en ophouden als jouw tijd begint met herfsten.
En als iedereen weet waar ie aan toe is, wordt er wellicht ook minder geklaagd.

Ik stop ook met klagen, zegt de herfst en laten we er samen niet meer over bakkeleien.
Jij gaat je best doen om je terug te trekken, ik schuif jou wat wolken toe en ik probeer de temperatuur na dit weekend te laten dalen en hoop nu echt dat ik mezelf kan worden, meer kunnen we niet doen. We komen tot de conclusie dat wij, de seizoenen, er verder niets aan kunnen veranderen. Het is aan de mensen, zeker nu, om bewuster met het milieu om te gaan.

 

Hiltje

Geplaatst in Uncategorized | 20 reacties

Tiener


Foto: Tuinseizoen via Google

 

 

Prietpraat

Toen onze zoon jarig was en wij hem feliciteerden met zijn negende verjaardag, zei ik:
“Nu ben je al negen en volgend jaar ben je een tiener.”
Ik zag hem nadenken en meteen floepte hij eruit: “Dan ben ik nu een neger.”
We moesten er om lachen, hoe hij deze woordspeling zo snel verzon.
Ook zijn vijfjarige zusje lachte mee, omdat wij lachten waarschijnlijk.
Terwijl de jarige naar haar keek en op één hand zijn vingers telde, zei hij:
“Dan ben jij nu een vijver.”
Haar mondhoeken daalden en haar ogen werden als schoteltjes zo groot en ze begon heel hard te huilen.
Haar snikkende woorden: “Nee, ik wil geen vijver zijn”, zal ik nooit meer vergeten.
Welke voorstelling zou er in dat hoofdje hebben afgespeeld? Wat zou ze op dat moment gedacht hebben hoe ze eruit zou hebben gezien als vijver?
We hebben het haar niet gevraagd maar haar wel getroost.

 

 

Hiltje

Geplaatst in Uncategorized | 13 reacties

Veel meer dan een melkbus alleen

 


Privé foto’s

Terwijl ik buiten zit met mijn kop koffie en een havermoutkoekje, maken mijn ogen een rondje door mijn achtertuin.
Ik geniet van wat ik zie. Van dát wat er groeit en bloeit maar ook van de decoratiespullen; die staan en hangen op de juiste plek.
Dan blijven mijn ogen staren naar de melkbus onder de overkapping bij de poort en gaan mijn gedachten terug in de tijd.

Ik kreeg deze melkbus van mijn opa toen ik dertien jaar was. Ik was er superblij mee want ik verzamelde in die tijd veel ijzeren en koperen gebruiksvoorwerpen en hebbedingen voor op mijn tienerslaapkamer.
De melkzeef, die erbij hoorde, kreeg ik ook. Deze deed goed dienst als lectuurbak.
Mijn vader verfde de melkbus knaloranje, op mijn verzoek. Het was een mooie blikvanger en een goede match met de paarse en oranje muren op mijn kamer. Later, toen de muren een andere kleur kregen, werd de melkbus donkerbruin geverfd.

Omdat de deksel zwaar was en moeilijk los te krijgen, deed ik in de melkbus spulletjes die ik weinig gebruikte en prullaria die ik niet in het zicht wilde hebben.
Ook werd de melkbus, plots op een dag, een stiekeme verstopplek voor dingen die het daglicht niet konden verdragen. Ik wist toen nog niets van het veranderingsproces dat zich afspeelde in de bus; een bron aan schimmels en bacteriën….

Op een dag kwam ik uit school en zag ik op het aanrecht een aantal plastic zakjes liggen met een hele rare inhoud. Wat zat daar nou in? Iets grijs met witte vlokjes en heel veel groen stof.
Ik hing over het aanrecht, met mijn neus bijna tegen een zakje maar deinsde terug door de penetrante geur. Meteen daarna sprong ik ook nog eens van schrik omhoog door de stem van mam: “Ja kijk maar eens goed, dat zijn de lekkere boterhammen die ik voor jou smeer
’s morgensvroeg voordat jij de deur uitgaat, nee dat wáren die lekkere boterhammen.”
Och jeetje, mam had mijn verstopplek ontdekt en ze was boos.
Ik legde haar uit dat ik niet altijd zin had in brood en ook wel eens in de pauze een frietje at bij de snackbar om de hoek bij school of daar een kroketje uit de muur trok.
Als ik dan thuis kwam en huiswerk ging maken en mijn zakje brood nog in mijn boekentas vond, durfde ik dat niet te zeggen en ook niet in de prullenbak te gooien.
Mijn moeder hield niet van eten weggooien, dat wist ik. Restjes kregen altijd nog een bestemming en ook de musjes smikkelden ervan.
Ik keek haar beteuterd aan.
Mam zei dat ze erg teleurgesteld was (ik dacht boos maar teleurgesteld vind ik erger) en dat ik voortaan mijn brood op moest eten. Als ik een keertje friet at dan wilde ze dat ik het brood niet meer zou verstoppen maar aan haar moest geven.
Ondanks haar teleurstelling was ze wel begripvol. Ze snapte dat ik wel eens zin had in iets van de snackbar. Genoeg reden voor mij om dit stiekeme gedoe, echt nooit meer te doen.

De melkbus is, nadat ik uit het ouderlijk huis ging, nogmaals geverfd in de kleur mintgroen.
Die stond in mijn huis in de gang, fraai als paraplubak.
Jaren later zijn alle verflagen grondig eraf geschuurd. Dat was nog een heel karwei.
De melkbus was weer authentiek, zoals ik die kreeg, kaal ijzer en zo is die nu nog.
Omdat dit huis, waar we nu wonen, een hele smalle gang heeft en wij toch vaak via de poort achterom binnenkomen, staat daar nu de melkbus weer als paraplubak paraat.
Ondanks dat die droog onder de overkapping staat zie ik veel roestplekken.

Hoelang was ik al in gedachten? Een hele tijd want mijn koffie is koud en mijn havermoutkoekje is slap. Ik loop naar binnen, zet een verse kop koffie, verkruimel het koekje in mijn hand en gooi het op het dak van de schuur voor de vogels.
Vliegensvlug verschijnt daar een speels musje en begint te smikkelen en ik denk aan mam.
Ook ik heb een hekel aan restjes verspillen.
Terug zittend op de tuinstoel, drink ik mijn warme koffie op. Met een glimlach denk ik aan mijn opa, hoe ik hem omhelsde, blij met de melkbus en de zeef.
En blij met de lieve moeder die ik had. Ik mocht veel maar als iets niet mocht dan deed ik dat ook niet meer.

Ik kijk naar de melkbus en overdenk of ik deze zo zal laten, of ik de roest weg zal schuren of weer zal gaan verven.
Daar ga ik eens goed over nadenken want het is niet zomaar een melkbus.
De roest is zoiets als rimpels, een herinnering van het leven.

 

Hiltje

Geplaatst in Uncategorized | 17 reacties