’ t k o f s c h i p


De columnist had zijn column al klaar, hij was ruim op tijd, het artikel hoefde pas over twee dagen worden ingeleverd bij de krant. Hij schreef het nog altijd graag met pen en papier en met een warme mok thee erbij vloeiden de woorden uit zijn pen.
Het lag nu op zijn bureau van zijn werkkamer om nog uitgetypt te worden op zijn computer.

De letter d was door de warmte in de werkkamer heerlijk aan het indommelen en kon zijn ogen bijna niet openhouden. Toen hij die weer heel langzaam open deed keek hij naar het woord vlakbij hem. De laatste letter van dat woord was een t. De t stond tegen de letter r aan en dat maakte d jaloers en boos. Hij was opeens klaarwakker. De d zou ook zo graag naast r staan, hij was verliefd op haar. Zij was op haar mooist als ze voor aan de zin stond of als ze de eerste letter was van een naam, dan kwam R haar gezicht nog beter uit. Maar als een kalligrafeerder haar op papier zette, nou dan sloeg d zijn hartje op hol, dan was r zo sierlijk. Prachtig, alsof ze een jurk droeg die danste om haar slanke lijfje. Maar dat was niet de enige reden, het klopte gewoon niet dat de letter t daar stond. Het woord klopte niet. Ik moet daar staan, dacht d. Hij deed zijn beklag bij de t maar die wilde van niets weten. “De columnist maakt nooit een fout, nee ik ga hier niet weg, ik sta hier goed en blijf staan waar ik sta punt uit” zei t.
De d werd woedend op t zijn eigenwijsheid, hij moest en zou het bewijs leveren maar dan moest hij naar ‘t kofschip en dat was nog een hele weg te gaan maar hij had het er voor over.
En zo ging hij op pad. Was hij maar een letter m dan ging het wat sneller, die had 3 poten en kon veel harder lopen dan d. Maar eigenlijk was d ook wel tevreden met zichzelf.
Daar zag hij de boot al liggen en eindelijk was d bij ‘t kofschip.
Het schip lag te slingeren tegen de kade en het viel niet mee voor d, hij moest alle zeilen bijzetten om aan boord te komen, op de loopplank moest hij zich goed vasthouden om in evenwicht te blijven. Stel je voor dat hij omviel dan zouden ze hem als letter p daar op dat schip kunnen houden. Hij was als d gekomen en wilde als d weer veilig in de column terugkeren. Aan boord gekomen zag d dat het dek werd geschrobd, er werd schoon schip gemaakt. Dat kwam goed uit, de letters begonnen te blinken en d kon ze daarom goed zien. De k en de h hadden de reling niet nodig, zij stonden stevig met beide benen op het dek.
De letter o zag hij naar stuurboord rollen maar zelfs dan bleef o zichzelf. Alle letters waren druk bezig, als die nu eens op een rij gingen staan dan kon d het beter overzien.
Hij zag wel de letter f maar dat kon ook een t zijn als die door de wind op zijn kop en achterstevoren was gewaaid. Och nee, het was de f want t stond een eindje verder. Dat was een andere letter t en niet de t waar hij ruzie mee had gemaakt.
Weet je wat, d ging de kapitein zoeken, die kon hem wel vertellen of hij gelijk had. De d had verwacht dat de kapitein een p zou zijn omdat die als laatste ‘t kofschip verlaat. Nu had hij de p al gezien en dat was niet de kapitein, d zocht het trapje en kwam de s en de c tegen, dat waren matroosjes. Maar natuurlijk! De kapitein zou wel een letter i zijn. Strak, recht en statig met de puntjes op de i om zijn verantwoordelijkheid van ’t kofschip te nemen. De i was hij nog niet tegen gekomen. De r was hij ook niet tegengekomen, als r niet aan boord was dan had d gelijk, dan moest hij achter r staan en moest t dat toegeven. Ahaa, hij moest natuurlijk op de ezelsbrug van ’t kofschip zien te komen, daar bij het roer zou de kapitein zijn. Wat was de ezelsbrug toch een handige brug. Zonder horten of stoten kon je daar komen.
Eindelijk zag d de kapitein. Maar dat viel hem tegen, van de ene kant was het eigenlijk wel logisch omdat de kapitein aan het hoofd stond van zijn bemanning maar van de andere kant had d toch echt niet zo’n klein miezerig mannetje verwacht. De kapitein was niet meer dan een komma, een hoge komma, een apostrof, echt een zweverig type. De d stelde zich netjes voor aan de    en vertelde wat het probleem was.
De    wilde wel helpen en riep zijn bemanning bij elkaar. Op dat moment schudde het schip en een enorme golf overspoelde het dek, terwijl ’t kofschip niet eens aan het varen was en nog gewoon aan wal lag. Van links naar rechts werden ze geslingerd…….Hoe kon dat nou?
Hed wert un soojtje, alle letturs flogen door elkaar, hed zouw de bromvliegzwaan hebbun kunne sijn (de bromvliegzwaan was toch een duidelijke tegenstander van ’t kofschip) maar dan haddun se die wel gesien. Er brack panieck uit en alle letterz waarun fan slach.
De d maakte dat hij wegkwam, hij was bang en wilde niets liever terug en vrede sluiten met t.

De d werd kletsnat wakker toen de werkkamerdeur opnieuw openging en de columnist gehaast binnen kwam met een ventilator in zijn hand. Zijn kat was op het bureau gesprongen, de mok lag omver en de thee was over het vel papier gelopen. Alle letters zouden uitgelopen zijn als de man niet snel het vel papier voor de ventilator had gehouden. Op de hoogste stand blies de wind alle letters kurkdroog. Toen ze allemaal van de schrik waren bekomen stonden ze weer mooi recht op het vel papier. De d vroeg aan de t : “Alles goed met jou?”
“Ja hoor, alles goed, ik sta hier goed, en jij d, ook alles goed met jou?”

De d dacht na en was verward, hij wist niet goed wat er allemaal was gebeurd. Het hele gebeuren, ja daar was het allemaal om begonnen. Het woord in de zin waar hij zoveel ophef over had gemaakt, d las de hele zin, dat had hij niet eerder gedaan, hij had zich alleen gefocust op het woord ‘gebeurt’ met r en t samen naast elkaar. De zin, -het gebeurt nu-, had hij aangezien voor, dat het al was gebeurd en dan zou hij achter r hebben gestaan. Tjonge, hij schaamde zich diep en hij zou de t zeker niet gaan vertellen dat hij naar ‘t kofschip was geweest, daar ga je alleen heen in de voltooid verleden tijd….
was hij daar nou wel geweest, of was het een droom?
Met een zucht zei d tegen t:
”Ja hoor, alles goed, ik sta hier goed.”

 

En de ruzie was verleden tijd.

Hiltje

 

Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

15 reacties op ’ t k o f s c h i p

  1. Rolande De Bruyn zegt:

    Bedankt voor dit, bewaar het indien … de “d” en de “t” op mijn blad ruziën over wie, waar en wanneer “ze” mogen komen te staan…!!!!! ( oeps ! Ben echt de kluts kwijt nu )…..x

    • gewoonhiltje zegt:

      Hahaha leuke reactie Rolande, dankjewel. Ga maar niet op zoek naar jouw kluts, ’t Kofschip zal je helpen 🙂 xx

      • Rolande De Bruyn zegt:

        In welke haven ligt het juist….???? de haven van het de Nederlandse taal zeker !!!

      • gewoonhiltje zegt:

        Je hebt het meteen goed maar de Nederlandse taal is ook de Belgische taal al zullen ze in België misschien een ander ezelsbruggetje hebben?
        Maar open deze link –> https://onzetaal.nl/taaladvies/advies/t-kofschip <– en het wordt een heel stuk duidelijker.
        Maar volgens mij heb jij het al door, je schrijft zelf zo goed en mooi!
        Lief jouw reacties, ik kan helaas bij jouw site geen reactie plaatsen. Geprobeerd maar lukt niet, misschien omdat het geen wordpress is. Ik kan op zijn minst jou retweeten op Twitter.

  2. Paul Slijpen zegt:

    Wat een ontzettend leuk en origineel verhaal! Doe je goeD!

  3. Ursula zegt:

    Eind goed al goed.

  4. Jet zegt:

    Nice! Coole schrijfbastard! X

  5. elihuijgens zegt:

    ik vervloek onze taal hartgrondig soms als ik aan het corrigeren ben…

  6. Jos zegt:

    Dank je wel voor deze grappige “les” dinnetje 🙂 xxx

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s